Het kabinet is van plan de wettelijke minimumleeftijd voor sekswerk van 18 naar 21 jaar te verhogen. Hoewel dit voorstel al sinds 2009 op tafel ligt, is het nooit daadwerkelijk doorgevoerd. In het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA is vastgelegd dat zij binnen drie jaar deze maatregel willen realiseren, met als argument dat jonge sekswerkers bijzonder kwetsbaar zijn voor dwang en uitbuiting.
Minister Van Weel van Justitie en Veiligheid heeft aangekondigd dat hij stappen zal zetten om de seksindustrie veiliger te maken. Een van de eerste stappen die hij wil nemen, is het landelijk vastleggen van een minimumleeftijd van 21 jaar voor sekswerk. Op dit moment is die leeftijd nog de verantwoordelijkheid van de gemeenten, waarbij een meerderheid nog een grens van 18 jaar hanteren. In Amsterdam geldt echter al sinds 2013 een minimumleeftijd van 21 jaar, zoals bepaald in een Algemene Plaatselijke Verordening.
Onderzoek naar pooierverbod
Naast de verhoging van de leeftijdsgrens, onderzoekt Van Weel de juridische mogelijkheden voor een pooierverbod. Dit is bedoeld om personen strafbaar te stellen die inkomsten genereren uit illegaal sekswerk, om zo misbruik van kwetsbare, vaak illegale, sekswerkers tegen te gaan.
Lang proces richting wetwijziging
In 2009 stelde Fleur Agema van de PVV al voor om de minimumleeftijd van sekswerkers te verhogen naar 21 jaar, vanwege zorgen dat loverboys minderjarige meisjes ronselen om hen na hun achttiende verjaardag de prostitutie in te dwingen. Na de val van het kabinet-Balkenende IV in 2010, steunde demissionair minister Hirsch Ballin het voorstel, met het argument dat 21-jarigen beter in staat zijn om een weloverwogen keuze te maken over werk in de seksindustrie en beter met problematische klanten kunnen omgaan.
In 2019 overwoog het kabinet-Rutte III een koppeling tussen de leeftijdsverhoging en een registratieplicht voor sekswerkers die moesten bewijzen dat ze minstens 21 jaar oud zijn. Deze registratieplicht werd echter afgekeurd, vooral vanwege privacyzorgen van de sekswerkers, en het plan sneuvelde in de Eerste Kamer. Minister Van Weel wil nu een alternatieve manier vinden om de leeftijdsverhoging toch mogelijk te maken.