aanbetalen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to make a down payment
Uitspraak: /ˈaːnˌbeː.taː.lə(n)/
Voorbeeld
We moeten een aanbetaling doen voordat we de auto kunnen ophalen.
Vervoeging
| ik | betaal aan |
| jij | betaalt aan |
| hij | betaalt aan |
| wij | betalen aan |
| jullie | betalen aan |
| zij | betalen aan |
Verleden tijd
betalde / betalden
Voltooid deelwoord
hebbengeaanbetald
Gebiedende wijs
betal
Voorwaardelijke wijs
zou aanbetalen
Toekomende tijd
zal aanbetalen
Scheidbaar werkwoord