aanbreken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
dawn
Uitspraak: /ˈaːnˌbreːkə(n)/
Voorbeeld
De dag begon aan te breken toen we vertrokken.
Vervoeging
ikaanbreek
jijaanbreekt
hijaanbreekt
wijaanbreken
jullieaanbreken
zijaanbreken
Verleden tijd
brekte / brekten
Voltooid deelwoord
hebbengeaanbrekt
Gebiedende wijs
brek
Voorwaardelijke wijs
zou aanbreken
Toekomende tijd
zal aanbreken
Scheidbaar werkwoord