aanspreken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to address
Uitspraak: /ˈaːnˌspreːkə(n)/
Voorbeeld
Hij durfde de directeur niet aan te spreken.
Vervoeging
ikspreek aan
jijspreekt aan
hijspreekt aan
wijspreken aan
julliespreken aan
zijspreken aan
Verleden tijd
sprekte / sprekten
Voltooid deelwoord
hebbengeaansprekt
Gebiedende wijs
sprek
Voorwaardelijke wijs
zou aanspreken
Toekomende tijd
zal aanspreken
Scheidbaar werkwoord