aanstaan
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to be on
Uitspraak: /ˈaːnˌstaːn/
Voorbeeld
De televisie staat de hele dag aan.
Vervoeging
| ik | sta aan |
| jij | staat aan |
| hij | staat aan |
| wij | aanstaan |
| jullie | aanstaan |
| zij | aanstaan |
Verleden tijd
staande / staanden
Voltooid deelwoord
hebbengeaanstaand
Gebiedende wijs
staan
Voorwaardelijke wijs
zou aanstaan
Toekomende tijd
zal aanstaan
Scheidbaar werkwoord