aantrekken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
aantrekken
Uitspraak: /ˈaːntrɛkə(n)/
Voorbeeld
Hij besloot een warme trui aan te trekken.
Vervoeging
iktrek aan
jijtrekt aan
hijtrekt aan
wijaantrekken
jullieaantrekken
zijaantrekken
Verleden tijd
trok aan / trokken aan
Voltooid deelwoord
hebbenaangetrokken
Gebiedende wijs
trek aan
Voorwaardelijke wijs
zou aantrekken
Toekomende tijd
zal aantrekken
Scheidbaar werkwoord