accepteren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
accept
Uitspraak: /ɑk.sɛpˈteː.rə(n)/
Voorbeeld
Hij moest het aanbod accepteren.
Vervoeging
| ik | accepteer |
| jij | accepteert |
| hij | accepteert |
| wij | accepteren |
| jullie | accepteren |
| zij | accepteren |
Verleden tijd
accepterde / accepterden
Voltooid deelwoord
hebbengeaccepterd
Gebiedende wijs
accepter
Voorwaardelijke wijs
zou accepteren
Toekomende tijd
zal accepteren