actief

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

bijvoeglijk naamwoordb1
Vertaling
actief
Uitspraak: /ɑkˈtif/
Voorbeeld
Hij is erg actief in de sportclub.
Vergrotende trap
actiever
Overtreffende trap
actiefst
bijwoorda1
Vertaling
actief
Uitspraak: /ɑkˈtif/
Voorbeeld
Hij zoekt actief naar een nieuwe baan.