afblijven
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to keep off
Uitspraak: /ˈɑfˌblɛi̯və(n)/
Voorbeeld
Blijf van mijn spullen af!
Vervoeging
| ik | blijf af |
| jij | blijft af |
| hij | blijft af |
| wij | blijven af |
| jullie | blijven af |
| zij | blijven af |
Verleden tijd
blijvde / blijvden
Voltooid deelwoord
hebbengeafblijvd
Gebiedende wijs
blijv
Voorwaardelijke wijs
zou afblijven
Toekomende tijd
zal afblijven
Scheidbaar werkwoord