afgaan

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to go off
Uitspraak: /ˈɑfˌɣaːn/
Voorbeeld
De wekker gaat om zeven uur af.
Vervoeging
ikga af
jijgaat af
hijgaat af
wijafgaan
jullieafgaan
zijafgaan
Verleden tijd
gaande / gaanden
Voltooid deelwoord
hebbengeafgaand
Gebiedende wijs
gaan
Voorwaardelijke wijs
zou afgaan
Toekomende tijd
zal afgaan
Scheidbaar werkwoord