afgeven
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to deliver
Uitspraak: /ˈɑfˌɣeːvə(n)/
Voorbeeld
Kunt u dit pakket bij de receptie afgeven?
Vervoeging
| ik | geef af |
| jij | geeft af |
| hij | geeft af |
| wij | afgeven |
| jullie | afgeven |
| zij | afgeven |
Verleden tijd
gevde / gevden
Voltooid deelwoord
hebbengeafgevd
Gebiedende wijs
gev
Voorwaardelijke wijs
zou afgeven
Toekomende tijd
zal afgeven
Scheidbaar werkwoord