afhalen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to pick up
Uitspraak: /ˈɑfˌɦaː.lə(n)/
Voorbeeld
Ik ga mijn pakket bij het postkantoor afhalen.
Vervoeging
ikhaal af
jijhaalt af
hijhaalt af
wijafhalen
jullieafhalen
zijafhalen
Verleden tijd
halde / halden
Voltooid deelwoord
hebbengeafhald
Gebiedende wijs
hal
Voorwaardelijke wijs
zou afhalen
Toekomende tijd
zal afhalen
Scheidbaar werkwoord