afhelpen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to help out
Uitspraak: /ˈɑfˌɦɛlpə(n)/
Voorbeeld
De dokter kan je van die pijn afhelpen.
Vervoeging
ikhelp af
jijhelpt af
hijhelpt af
wijhelpen af
julliehelpen af
zijhelpen af
Verleden tijd
helpte / helpten
Voltooid deelwoord
hebbengeafhelpt
Gebiedende wijs
help
Voorwaardelijke wijs
zou afhelpen
Toekomende tijd
zal afhelpen
Scheidbaar werkwoord