afkomen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to get rid of
Uitspraak: /ˈɑfˌkoːmə(n)/
Voorbeeld
Hij komt van de trap af.
Vervoeging
ikkom af
jijkomt af
hijkomt af
wijafkomen
jullieafkomen
zijafkomen
Verleden tijd
komde / komden
Voltooid deelwoord
hebbengeafkomd
Gebiedende wijs
kom
Voorwaardelijke wijs
zou afkomen
Toekomende tijd
zal afkomen
Scheidbaar werkwoord