afkrimpen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to shrink
Uitspraak: /ˈɑfˌkrɪm.pə(n)/
Voorbeeld
De stof kan na het wassen afkrimpen.
Vervoeging
ikkrimp af
jijkrimpt af
hijkrimpt af
wijafkrimpen
jullieafkrimpen
zijafkrimpen
Verleden tijd
krimpte / krimpten
Voltooid deelwoord
hebbengeafkrimpt
Gebiedende wijs
krimp
Voorwaardelijke wijs
zou afkrimpen
Toekomende tijd
zal afkrimpen
Scheidbaar werkwoord