aflopen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to end
Uitspraak: /ˈɑfˌloːpə(n)/
Voorbeeld
De vergadering loopt om vijf uur af.
Vervoeging
| ik | loop af |
| jij | loopt af |
| hij | loopt af |
| wij | aflopen |
| jullie | aflopen |
| zij | aflopen |
Verleden tijd
lopte / lopten
Voltooid deelwoord
hebbengeaflopt
Gebiedende wijs
lop
Voorwaardelijke wijs
zou aflopen
Toekomende tijd
zal aflopen
Scheidbaar werkwoord