afschrijven
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to write off
Uitspraak: /ˈɑfˌsxrɛi̯və(n)/
Voorbeeld
De boekhouder moet de kosten afschrijven.
Vervoeging
| ik | afschrijf |
| jij | afschrijft |
| hij | afschrijft |
| wij | afschrijven |
| jullie | afschrijven |
| zij | afschrijven |
Verleden tijd
schrijvde / schrijvden
Voltooid deelwoord
hebbengeafschrijvd
Gebiedende wijs
schrijv
Voorwaardelijke wijs
zou afschrijven
Toekomende tijd
zal afschrijven
Scheidbaar werkwoord