afstoppen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to stop
Uitspraak: /ˈɑfˌstɔpə(n)/
Voorbeeld
Ze moesten het project tijdelijk afstoppen.
Vervoeging
| ik | afstop |
| jij | afstopt |
| hij | afstopt |
| wij | afstoppen |
| jullie | afstoppen |
| zij | afstoppen |
Verleden tijd
stoppte / stoppten
Voltooid deelwoord
hebbengeafstoppt
Gebiedende wijs
stopp
Voorwaardelijke wijs
zou afstoppen
Toekomende tijd
zal afstoppen
Scheidbaar werkwoord