afwerken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to finish
Uitspraak: /ˈɑfˌʋɛr.kə(n)/
Voorbeeld
Ik moet dit project vandaag afwerken.
Vervoeging
ikwerk af
jijwerkt af
hijwerkt af
wijafwerken
jullieafwerken
zijafwerken
Verleden tijd
werkte / werkten
Voltooid deelwoord
hebbengeafwerkt
Gebiedende wijs
werk
Voorwaardelijke wijs
zou afwerken
Toekomende tijd
zal afwerken
Scheidbaar werkwoord