arm
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda1
de
Vertaling
arm
Uitspraak: /ɑrm/
Voorbeeld
Hij brak zijn arm tijdens het sporten.
Meervoud
armen
bijvoeglijk naamwoorda1
Vertaling
poor
Uitspraak: /ɑrm/
Voorbeeld
Hij is een arm man.