babysitten

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
babysit
Uitspraak: /ˈbeː.bi.sɪt/
Voorbeeld
Ik ga vanavond babysitten bij de buren.
Vervoeging
ikbabysit
jijbabysit
hijbabysit
wijbabysitten
julliebabysitten
zijbabysitten
Verleden tijd
babysitte / babysitten
Voltooid deelwoord
hebbengebabysitt
Gebiedende wijs
babysit
Voorwaardelijke wijs
zou babysit
Toekomende tijd
zal babysit