balanceren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to balance
Uitspraak: /baːlɑnˈserən/
Voorbeeld
Het is belangrijk om werk en privéleven te balanceren.
Vervoeging
ikbalanceer
jijbalanceert
hijbalanceert
wijbalanceren
julliebalanceren
zijbalanceren
Verleden tijd
balancerde / balancerden
Voltooid deelwoord
hebbengebalancerd
Gebiedende wijs
balancer
Voorwaardelijke wijs
zou balanceren
Toekomende tijd
zal balanceren