baseren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
baseren
Uitspraak: /baˈseːrə(n)/
Voorbeeld
Hij baseert zijn mening op feiten.
Vervoeging
ikbaseer
jijbaseert
hijbaseert
wijbaseren
julliebaseren
zijbaseren
Verleden tijd
baseerde / baseerden
Voltooid deelwoord
hebbengebaseerd
Gebiedende wijs
baseer
Voorwaardelijke wijs
zou baseren
Toekomende tijd
zal baseren