basketbal

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoorda2
de
Vertaling
basketbal
Uitspraak: ˈbɑs.kətˌbɑl
Voorbeeld
Ze speelt elke zaterdag basketbal.
Meervoud
basketballen
Verkleinwoord
basketballetje