belonen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
reward
Uitspraak: /bəˈloːnə(n)/
Voorbeeld
Ze besloot haar hond te belonen voor goed gedrag.
Vervoeging
| ik | beloon |
| jij | beloont |
| hij | beloont |
| wij | belonen |
| jullie | belonen |
| zij | belonen |
Verleden tijd
belonde / belonden
Voltooid deelwoord
hebbengebelond
Gebiedende wijs
belon
Voorwaardelijke wijs
zou belonen
Toekomende tijd
zal belonen