bepalen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
bepalen
Uitspraak: /bəˈpaː.lə(n)/
Voorbeeld
We moeten de route van tevoren bepalen.
Vervoeging
| ik | bepaal |
| jij | bepaalt |
| hij | bepaalt |
| wij | bepalen |
| jullie | bepalen |
| zij | bepalen |
Verleden tijd
bepaalde / bepaalden
Voltooid deelwoord
hebbenbepaald
Gebiedende wijs
bepaal
Voorwaardelijke wijs
zou bepalen
Toekomende tijd
zal bepalen