beperken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to limit
Uitspraak: /bəˈpɛrkən/
Voorbeeld
We moeten onze uitgaven beperken.
Vervoeging
ikbeperk
jijbeperkt
hijbeperkt
wijbeperken
julliebeperken
zijbeperken
Verleden tijd
beperkte / beperkten
Voltooid deelwoord
hebbengebeperkt
Gebiedende wijs
beperk
Voorwaardelijke wijs
zou beperken
Toekomende tijd
zal beperken