besturen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
besturen
Uitspraak: bəˈstyː.rə(n)
Voorbeeld
Hij kan heel goed een auto besturen.
Vervoeging
ikbestuur
jijbestuurt
hijbestuurt
wijbesturen
julliebesturen
zijbesturen
Verleden tijd
bestuurde / bestuurden
Voltooid deelwoord
hebbenbestuurd
Gebiedende wijs
bestuur
Voorwaardelijke wijs
zou besturen
Toekomende tijd
zal besturen