betalen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
betalen
Uitspraak: /bəˈtaːlə(n)/
Voorbeeld
Ik moet de rekening betalen.
Vervoeging
| ik | betaal |
| jij | betaalt |
| hij | betaalt |
| wij | betalen |
| jullie | betalen |
| zij | betalen |
Verleden tijd
betaalde / betaalden
Voltooid deelwoord
hebbenbetaald
Gebiedende wijs
betaal
Voorwaardelijke wijs
zou betalen
Toekomende tijd
zal betalen