betrouwen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb2
Vertaling
to trust
Uitspraak: /bəˈtrɑu̯ə(n)/
Voorbeeld
Je kunt op hem betrouwen in moeilijke tijden.
Vervoeging
ikbetrouw
jijbetrouwt
hijbetrouwt
wijbetrouwen
julliebetrouwen
zijbetrouwen
Verleden tijd
betrouwde / betrouwden
Voltooid deelwoord
gebetrouwd
Gebiedende wijs
betrouw
Voorwaardelijke wijs
zou betrouwen
Toekomende tijd
zal betrouwen