bewijzen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
bewijzen
Uitspraak: /bəˈʋɛizə(n)/
Voorbeeld
Hij moet zijn onschuld bewijzen.
Vervoeging
| ik | bewijs |
| jij | bewijst |
| hij | bewijst |
| wij | bewijzen |
| jullie | bewijzen |
| zij | bewijzen |
Verleden tijd
bewees / bewezen
Voltooid deelwoord
hebbenbewezen
Gebiedende wijs
bewijs
Voorwaardelijke wijs
zou bewijzen
Toekomende tijd
zal bewijzen