bezoeken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
bezoeken
Uitspraak: /bəˈzukə(n)/
Voorbeeld
We gaan dit weekend onze grootouders bezoeken.
Vervoeging
| ik | bezoek |
| jij | bezoekt |
| hij | bezoekt |
| wij | bezoeken |
| jullie | bezoeken |
| zij | bezoeken |
Verleden tijd
bezocht / bezochten
Voltooid deelwoord
hebbenbezocht
Gebiedende wijs
bezoek
Voorwaardelijke wijs
zou bezoeken
Toekomende tijd
zal bezoeken