bijgeven

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to give additionally
Uitspraak: /ˈbɛi̯ɣeːvə(n)/
Voorbeeld
Kun je me nog wat suiker bijgeven?
Vervoeging
ikbijgeef
jijbijgeeft
hijbijgeeft
wijbijgeven
julliebijgeven
zijbijgeven
Verleden tijd
gevde / gevden
Voltooid deelwoord
hebbengebijgevd
Gebiedende wijs
gev
Voorwaardelijke wijs
zou bijgeven
Toekomende tijd
zal bijgeven
Scheidbaar werkwoord