bijhouden
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to keep track
Uitspraak: /ˈbɛi̯ˌɦʌu̯.də(n)/
Voorbeeld
Ik probeer mijn agenda goed bij te houden.
Vervoeging
| ik | houd bij |
| jij | houdt bij |
| hij | houdt bij |
| wij | houden bij |
| jullie | houden bij |
| zij | houden bij |
Verleden tijd
houdde / houdden
Voltooid deelwoord
hebbengebijhoudd
Gebiedende wijs
houd
Voorwaardelijke wijs
zou bijhouden
Toekomende tijd
zal bijhouden
Scheidbaar werkwoord