bijspringen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
help out
Uitspraak: /ˈbɛi̯ˌsprɪŋə(n)/
Voorbeeld
Hij besloot bij te springen toen hij zag dat ze hulp nodig hadden.
Vervoeging
| ik | spring bij |
| jij | springt bij |
| hij | springt bij |
| wij | bijspringen |
| jullie | bijspringen |
| zij | bijspringen |
Verleden tijd
springde / springden
Voltooid deelwoord
hebbengebijspringd
Gebiedende wijs
spring
Voorwaardelijke wijs
zou bijspringen
Toekomende tijd
zal bijspringen
Scheidbaar werkwoord