bijzetten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to add
Uitspraak: /ˈbɛi̯zɛtə(n)/
Voorbeeld
Ze besloot om nog een stoel bij te zetten.
Vervoeging
| ik | bijzet |
| jij | bijzet |
| hij | bijzet |
| wij | bijzetten |
| jullie | bijzetten |
| zij | bijzetten |
Verleden tijd
zettte / zettten
Voltooid deelwoord
hebbengebijzettt
Gebiedende wijs
zett
Voorwaardelijke wijs
zou bijzetten
Toekomende tijd
zal bijzetten
Scheidbaar werkwoord