bloeden

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
bloeden
Uitspraak: /ˈbluːdə(n)/
Voorbeeld
Zijn wond begon te bloeden.
Vervoeging
ikbloed
jijbloedt
hijbloedt
wijbloeden
julliebloeden
zijbloeden
Verleden tijd
bloedde / bloedden
Voltooid deelwoord
hebbengebloed
Gebiedende wijs
bloed
Voorwaardelijke wijs
zou bloeden
Toekomende tijd
zal bloeden