boekhouden
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
bookkeeping
Uitspraak: /ˈbukˌɦɑu̯də(n)/
Voorbeeld
Hij is verantwoordelijk voor het boekhouden.
Vervoeging
| ik | boekhoud |
| jij | boekhoudt |
| hij | boekhoudt |
| wij | boekhouden |
| jullie | boekhouden |
| zij | boekhouden |
Verleden tijd
boekhoudde / boekhoudden
Voltooid deelwoord
hebbengeboekhoudd
Gebiedende wijs
boekhoud
Voorwaardelijke wijs
zou boekhouden
Toekomende tijd
zal boekhouden