bom
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoordb1
de
Vertaling
bom
Uitspraak: /bɔm/
Voorbeeld
De bom ontplofte midden in de stad.
Meervoud
bommen
Verkleinwoord
bommetje