buigen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to bend
Uitspraak: /ˈbœy̯.ɣə(n)/
Voorbeeld
Hij moest diep buigen voor de koning.
Vervoeging
ikbuig
jijbuigt
hijbuigt
wijbuigen
julliebuigen
zijbuigen
Verleden tijd
boog / bogen
Voltooid deelwoord
hebbengebogen
Gebiedende wijs
buig
Voorwaardelijke wijs
zou buigen
Toekomende tijd
zal buigen