buitenspelen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to play outside
Uitspraak: /ˈbœy̯.tə(n)ˌspeː.lə(n)/
Voorbeeld
De kinderen willen graag buitenspelen.
Vervoeging
ikspeel buiten
jijspeelt buiten
hijspeelt buiten
wijbuitenspelen
julliebuitenspelen
zijbuitenspelen
Verleden tijd
spelde / spelden
Voltooid deelwoord
hebbengebuitenspeld
Gebiedende wijs
spel
Voorwaardelijke wijs
zou buitenspelen
Toekomende tijd
zal buitenspelen
Scheidbaar werkwoord