casten

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
cast
Uitspraak: /kɑst/
Voorbeeld
Ze willen de film casten naar de tv.
Vervoeging
ikcast
jijcast
hijcast
wijcasten
julliecasten
zijcasten
Verleden tijd
castte / castten
Voltooid deelwoord
hebbengecastt
Gebiedende wijs
cast
Voorwaardelijke wijs
zou cast
Toekomende tijd
zal cast