christen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoordb1
de
Vertaling
Christian
Uitspraak: /ˈkrɪstən/
Voorbeeld
Hij is een toegewijde christen.
Meervoud
christenen
werkwoorda1
Vertaling
christen
Uitspraak: /ˈkrɪstən/
Voorbeeld
Ze besloten hun kind te christenen in de kerk.
Vervoeging
| ik | christen |
| jij | christent |
| hij | christent |
| wij | christenen |
| jullie | christenen |
| zij | christenen |
Verleden tijd
christte / christten
Voltooid deelwoord
hebbengechristt
Gebiedende wijs
christ
Voorwaardelijke wijs
zou christen
Toekomende tijd
zal christen