clusteren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
cluster
Uitspraak: /ˈklʏstər/
Voorbeeld
De sterren clusteren samen in het heelal.
Vervoeging
ikcluster
jijclustert
hijclustert
wijclusteren
jullieclusteren
zijclusteren
Verleden tijd
clusterde / clusterden
Voltooid deelwoord
hebbengeclusterd
Gebiedende wijs
cluster
Voorwaardelijke wijs
zou cluster
Toekomende tijd
zal cluster