conserven
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoordb1
de
Vertaling
canned goods
Uitspraak: /kɔnˈsɛrvən/
Voorbeeld
We hebben veel conserven ingeslagen voor de winter.
werkwoorda1
Vertaling
preserve
Uitspraak: /kɔnˈsɛrvən/
Voorbeeld
Ze leren hoe ze groenten kunnen conserven voor de winter.
Vervoeging
| ik | conserveer |
| jij | conserveert |
| hij | conserveert |
| wij | conserveren |
| jullie | conserveren |
| zij | conserveren |
Verleden tijd
conservde / conservden
Voltooid deelwoord
hebbengeconservd
Gebiedende wijs
conserv
Voorwaardelijke wijs
zou conserven
Toekomende tijd
zal conserven