corrigeren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
to correct
Uitspraak: /ˌkɔrɪˈʒeːrə(n)/
Voorbeeld
De leraar moet de toetsen corrigeren.
Vervoeging
| ik | corrigeer |
| jij | corrigeert |
| hij | corrigeert |
| wij | corrigeren |
| jullie | corrigeren |
| zij | corrigeren |
Verleden tijd
corrigerde / corrigerden
Voltooid deelwoord
hebbengecorrigerd
Gebiedende wijs
corriger
Voorwaardelijke wijs
zou corrigeren
Toekomende tijd
zal corrigeren