dansen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
dansen
Uitspraak: /ˈdɑnsə(n)/
Voorbeeld
Ze houdt van dansen.
Vervoeging
| ik | dans |
| jij | danst |
| hij | danst |
| wij | dansen |
| jullie | dansen |
| zij | dansen |
Verleden tijd
danste / dansten
Voltooid deelwoord
hebbengedanst
Gebiedende wijs
dans
Voorwaardelijke wijs
zou dansen
Toekomende tijd
zal dansen
zelfstandig naamwoorda1
Vertaling
dansen
Uitspraak: /ˈdɑnsə(n)/
Voorbeeld
De dansen waren prachtig om te zien.