datum

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoorda1
de
Vertaling
datum
Uitspraak: /ˈdaːtʏm/
Voorbeeld
Wat is de datum van vandaag?
Meervoud
data
Verkleinwoord
datumpje