debuggen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
debug
Uitspraak: /diˈbʏɣə(n)/
Voorbeeld
De programmeur moet de code debuggen.
Vervoeging
ikdebug
jijdebugt
hijdebugt
wijdebuggen
julliedebuggen
zijdebuggen
Verleden tijd
debuggde / debuggden
Voltooid deelwoord
hebbengedebuggd
Gebiedende wijs
debugg
Voorwaardelijke wijs
zou debuggen
Toekomende tijd
zal debuggen