dekken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
bedekken
Uitspraak: /ˈdɛ.kə(n)/
Voorbeeld
Zij dekt de tafel voor het avondeten.
Vervoeging
| ik | dek |
| jij | dekt |
| hij | dekt |
| wij | dekken |
| jullie | dekken |
| zij | dekken |
Verleden tijd
dekte / dekten
Voltooid deelwoord
hebbengedekt
Gebiedende wijs
dek
Voorwaardelijke wijs
zou dekken
Toekomende tijd
zal dekken